10 oktober 2013

Vanop de rand van een vulkaankrater tot in de diepe oceaan; van het trotseren van bruut onweer vanuit een overbevolkt krammikelig busje tot het smelten in de verzengende tropische hitte van een bloedmooi onbewoond eiland; van ronddolen in niemandsland – waar apen, toekans en muggen heer en meester zijn- tot het doen halt houden van ons bloedeigen privébus aan de met aircolucht vervulde Burger King in broeierig Guatemala City.

Een reis met nogal wat contrasten in landen waar er al evenveel contrast binnenin de bevolking leeft: Guatemala & Belize. Vertederende mayavrouwtjes met een brede gouden glimlach –letterlijk – leven naast de flamboyante latinas. Kromgewerkte mayamannetjes grijnzen ondanks het gebrek aan tanden ongegeneerd en met pretlichtjes in de ogen de voorbijgangers toe, terwijl de jongeren vol latinovuur de parkbanken bezetten. De Garifuna, ofte de zwarte bevolking, die lijken dan weer rechtstreeks uit een lil’ john videoclip te zijn gestapt.

Ja, zo Centraal-Amerikaans als Guatemala was, zo Caraïbisch was Belize. Reggeabassen weergalmden op zowat iedere straathoek, de oudste mannen liepen erbij alsof ze sinds de wieg in een permanente weedroes verbleven, met ellenlange dreads assorti. Na zonsondergang ruimden de dunne, roodgebrande Amerikaanse toeristen in de strandbars plaats voor de …euhm… welgevormde zwarte lichamen die zwetend en zwoel tegen elkaar aan schurkten – excuseer, twurkten – op de heetste reggeatonplaatjes. Sex on the dancefloor zoals ik het nog nooit had gezien. Niet zo ontzettend vreemd voor zo’n typische Europeaan zonder een greintje ritme in mij. Dat alles onder het toeziend oog van de hiphoppers, compleet met de nodige blingbling, truckerscap en oversized t-shirt. Sympathie uitstralen, vinden ze duidelijk niet bij hun keurig uitgekiemd imago passen.

Een bont allegaartje op z’n minst maar een perfect naast elkaar levend bont allegaartje – toch door de ogen van een passant. Hoe dan ook, het maakte de reis allerminst eentonig.