18 maart 2015

De eerste verbouwingsdiscussie is een feit. We zijn officieel ‘zó een koppel’. Zo’n koppel dat ruziet over het al dan niet installeren van een fornuis in het kookeiland. En over het al dan niet bezoeken van Batibouw. En over inmenging van familie. En over twee- of driedubbel glas. Oud worden, heet dat dan.

En toch, samen door de winkelgangen van de Gamma wandelen, bezorgt me een warm gevoel. Licht erotisch word ik er zelfs van. En hij ook. We zouden elkaar kunnen bespringen op de zakken cement of achter het muurtje van de tuinafdeling. Het geeft iets geruststellends en opwindends te weten dat we aan een toekomst, onze toekomst bouwen. Letterlijk dan.

Verbouwingen zijn lastig, deprimerend en naast een ruïne van een huis blijf je zitten met een diepe financiële put. Zelf gegraven dan nog ook. Dat wordt ons toch gezegd. Begin er niet aan! Waar zijn jullie aan begonnen? Zien jullie dat zitten?! Zou je niet alles over enkele jaren spreiden? Wat een slecht idee, zo’n zware lening aangaan! Jullie zijn jong, waarom zo rap willen gaan? Jullie zijn naïef te denken dat het van een leien dakje zal lopen. Dat wordt ons gezegd.

Naïef en overmoedig? Wij? Misschien. Maar na al die jaren huren, was het tijd voor vernieuwing. Moving up the ladder, ofzo. De opties waren niet buitensporig uitgebreid. De stad en zijn buitenbuurten: te duur. Een instapklaar huis: te duur. Of het bevond zich ver buiten de grenzen van de bewoonde wereld. En, tot slot, een nieuwbouw: hopeloos te duur. Om maar te zwijgen van zielloos.

Conclusie, we hebben een huisje gekocht met rotte ramen, lemen muren, een wankel dak, een krakkemikkelige veranda, een dampkap beplakt met bloemetjesbehangpapier en met een zwaar gebuisd elektriciteitsnetwerk.

Aan de wereld: Zien we het zitten? Uiteraard! Beseffen we dat we enkele buien zwarte sneeuw zullen zien vallen? Uiteraard! Willen we niet te veel? Misschien. Maar laat mij nu eerst en vooral even gewoon genieten van ons huisje! Bedankt!